Het Werkdorp in de Wieringermeer - Een toevluchtsoord van hoop en wanhoop
Diepe sloten, uitgestrekte velden en jonge gewassen die langzaam wortel schoten in de vruchtbare grond van de Wieringermeer. Voor velen was deze polder een symbool van vooruitgang, een voorbeeld van wat de mens kon bereiken door samenwerking en doorzettingsvermogen. Maar voor de Joodse jongeren die hier vanaf 1934 in het Werkdorp aankwamen, was het meer dan dat. Het was een laatste kans op veiligheid, op een toekomst - weg van de dreiging van het oprukkende antisemitisme dat hen in Duitsland en elders in Europa op de hielen zat.
Opening Werkdorp
Weekjournaal van Polygoon Hollands Nieuws van week 41 uit 1934. (01:38) 07 Okt 1934 / Opening Werkdorp.
Een uniek experiment in een onzekere tijd
Het Werkdorp in de Wieringermeer werd in 1934 opgericht door de Joodse vluchtelingenorganisatie Comité voor Bijzondere Joodse Belangen in samenwerking met de overheid. Het doel was eenvoudig, maar ambitieus: Joodse jongeren opleiden in praktische beroepen zoals landbouw, veeteelt en ambachtelijk werk, zodat zij een nieuw leven konden opbouwen - vaak met emigratie naar Palestina in het vooruitzicht.
De Wieringermeer, een polder die in 1930 was drooggelegd, bood een perfecte locatie. Het was ongerept, leeg en bood kansen voor ontwikkeling. Tegelijkertijd woedde in Europa een storm die steeds meer levens bedreigde. De opkomst van Adolf Hitler in Duitsland in 1933 had de positie van Joden fundamenteel veranderd. Wat ooit ongemak en discriminatie was, werd systematische uitsluiting en dreigend geweld. Voor veel Joodse families werd het Werkdorp een uitweg, een kans om hun kinderen te beschermen en hen een toekomst te geven.
Een gemeenschap van hoop en hard werken
In het Werkdorp bouwden de jongeren niet alleen aan hun eigen toekomst, maar ook aan een gemeenschap. De eenvoudige gebouwen waren ingericht om plaats te bieden aan tientallen jongens en meisjes. Overdag werkten ze op het land, leerden ze timmeren, verzorgden ze vee of volgden ze lessen in ambachtelijke beroepen. 's Avonds deelden ze verhalen, lachten ze om grappen, en hoopten ze dat hun harde werk hen uiteindelijk naar een betere plek zou leiden - of dat nu Palestina was, de Verenigde Staten of een ander land waar ze welkom zouden zijn.
De toelating tot het Werkdorp werd nauwgezet geregeld door de Stichting Joodse Arbeid en het Comité voor Joodse Vluchtelingen. Gertrude van Tijn, een Duitse Joodse vrouw die met een Nederlander was getrouwd, speelde een cruciale rol in de selectie van bewoners. Zij zag erop toe dat degenen die het meeste baat hadden bij het Werkdorp - de werkloze, gevluchte Joodse jongeren - werden toegelaten. Van Tijn was niet alleen een administratrice, maar ook een mentorfiguur voor de jongeren. Voor velen werd ze een baken van hoop.
Hindernissen en tegenslagen
Hoewel het Werkdorp een veilige haven bood, waren de uitdagingen groot. Veel jongeren droomden van emigratie naar Palestina, maar de toegang tot dat land was beperkt. Groot-Brittannië, dat destijds het mandaat over Palestina had, gaf slechts mondjesmaat certificaten uit die nodig waren om het land legaal binnen te komen. Voor velen betekende dit dat ze langer in het Werkdorp moesten blijven dan gepland, terwijl de dreiging van oorlog in Europa steeds dichterbij kwam.
Met de Duitse inval in Nederland in mei 1940 werd de situatie nijpend. Aanvankelijk konden de jongeren doorgaan met hun werk en opleidingen, maar in 1941 sloegen de Duitsers genadeloos toe. Het Werkdorp werd gesloten, en veel van de bewoners werden gearresteerd. Sommigen werden gedeporteerd naar concentratiekampen zoals Westerbork, Auschwitz of Sobibór. Van de tientallen jongeren die het Werkdorp een tijdje hun thuis hadden genoemd, overleefden slechts enkelen de oorlog.
Het Werkdorp in mijn boek
In mijn boek, 'Het licht in de donkerste nacht', speelt het Werkdorp een centrale rol. Hier ontmoeten Anna Chlebowski en Gerhard Sperber elkaar - twee jonge Joodse vluchtelingen die uit verschillende delen van Duitsland zijn gevlucht, maar wiens paden elkaar kruisen in de Wieringermeer. Samen bouwen ze niet alleen aan een toekomst, maar ook aan een band die hen zal helpen om te overleven in een wereld die hen tegenwerkt.
Het verhaal van het Werkdorp is een herinnering aan wat mogelijk is wanneer mensen zich verenigen in solidariteit en hoop, zelfs in de donkerste tijden. Het is ook een herinnering aan de kostbare levens die verloren gingen toen die hoop werd verpletterd door de oorlog.
Klik op de afbeeldingen voor een vergroting.
Het Werkdorp - Hoop in de vrieskou
Het is februari 1940, een ijzige woensdag met temperaturen die bijna 9 graden onder nul liggen. De lucht is helder, maar de wereld waarin Anna Chlebowski leeft, is allesbehalve dat. Europa staat in brand. Duitsland is op 1 september 1939 Polen binnengevallen, en Engeland en Frankrijk zijn in oorlog met Hitler. Hoewel Nederland officieel neutraal is, lijken de kranten in Amsterdam niets anders meer te melden dan dreigende geruchten, anti-Joodse maatregelen en de verwoesting van synagogen, Thorarollen en gebedenboeken. Anna moet zich afvragen: hoelang blijft Nederland nog veilig?
Wat Anna ertoe heeft bewogen om op 14 februari 1940 haar koffers te pakken en naar het Werkdorp in de Wieringermeer te vertrekken, weten we niet. Misschien las ze over het Werkdorp in het Centraal Blad voor Israëlieten in Nederland, waar stond dat Joodse jongeren hier een opleiding konden volgen om later te emigreren. Misschien speelde ook de dreiging van oorlog een rol. Haar jongere zusje Jetta was al in veiligheid: zij was in juli 1939 naar Engeland geëmigreerd. Maar Anna bleef achter, vastbesloten om een toekomst voor zichzelf op te bouwen.
Toen ze die ochtend in de polder aankwam, moet de stilte overweldigend zijn geweest. Het Werkdorp was geen idyllisch toevluchtsoord - het waren eenvoudige gebouwen, uitkijkend over vlakke, koude velden. Maar hier kreeg Anna, net als tientallen andere jongeren, een kans: een kans om te leren, te werken en een plan te maken voor een leven buiten Europa.
Gerhard en Anna - Samen in het Werkdorp
Gerhard Sperber was al een jaar eerder, in februari 1939, in het Werkdorp aangekomen. Hij was via een gevaarlijke, illegale route uit Duitsland gevlucht en vond in de Wieringermeer eindelijk een plek waar hij hoop kon koesteren. Anna en Gerhard ontmoetten elkaar hier, tussen de velden en eenvoudige barakken. Misschien deelden ze dromen over een toekomst in Palestina, misschien spraken ze over de families die ze hadden achtergelaten in Duitsland. Wat zeker is: hun band groeide, en het Werkdorp werd een plek waar niet alleen gewerkt werd, maar ook liefgehad en gedroomd.
Hoewel de wereld om hen heen steeds dreigender werd, bleef het Werkdorp na de Duitse inval in Nederland 1940 nog relatief onaangeroerd door de Duitse bezetting. Maar in het voorjaar van 1941 veranderde alles.
De ontruiming - De stilte wordt doorbroken
Op de vroege ochtend van 20 maart 1941 brak de stilte in de Wieringermeer. Zes bussen van het Amsterdamse vervoersbedrijf reden het Werkdorp binnen, begeleid door auto's van de Sicherheitsdienst, met daarin de beruchte SS'ers Klaus Barbie en Willy Lages. Het geluid van de buitenbel - normaal gesproken het signaal voor de maaltijd - weerklonk door het dorp. Maar deze keer betekende het iets anders. Iedereen moest zich verzamelen voor het gemeenschapsgebouw.
De jongeren stonden in de kou, trillend van angst of woede. Werkleider Kemmeren, die verantwoordelijk was voor het dagelijkse reilen en zeilen van het Werkdorp, pleitte bij de Duitsers om tenminste een aantal jongeren achter te laten. "De oogst staat op het spel," zei hij, "en de dieren moeten verzorgd worden." Na enige discussie gaf de SS toe: 50 mannen en 10 vrouwen mochten blijven. Anna en Gerhard behoorden tot de gelukkigen. Ze mochten blijven. Maar de andere 230 bewoners werden de bussen in gedreven en naar Amsterdam gebracht.
Van de polder naar de stad - Een vals gevoel van veiligheid
De jongeren die op 20 maart 1941 uit het Werkdorp werden weggevoerd, werden tijdelijk ondergebracht in de diamantslijperij van Asscher, in de Amsterdamse Pijp. Velen vonden onderdak bij familie of gastgezinnen, maar hun gegevens werden nauwkeurig geregistreerd. Een adressenlijst werd opgesteld - een document dat later door de bezetter zou worden misbruikt om hen op te sporen. De veiligheid die ze in Amsterdam hoopten te vinden, bleek een illusie.
In juni 1941 beloofden de Duitsers dat de pioniers mochten terugkeren naar het Werkdorp. Maar deze belofte was een val. Op 11 juni 1941 werden 58 jongeren opgepakt in Amsterdam. Via Kamp Schoorl en Westerbork werden ze gedeporteerd naar Mauthausen, waar ze allemaal om het leven kwamen. Het Werkdorp, dat ooit een symbool van hoop was, werd nu een herinnering aan gebroken dromen en verloren levens.
Een symbool van hoop en verlies
Hoewel Anna en Gerhard tijdelijk mochten blijven, wisten ze dat hun bescherming wankel was. Hun tijd in het Werkdorp zou hen uiteindelijk voorbereiden op een nog grotere uitdaging: verzet in Nederland en hun vlucht naar Frankrijk, waar ze zich opnieuw bij het verzet zouden aansluiten.
Het verhaal van het Werkdorp is niet alleen een hoofdstuk in de geschiedenis van de Holocaust, maar ook een herinnering aan de kracht en veerkracht van jongeren die probeerden te overleven in een wereld die hen de rug toekeerde. Het is een verhaal van hoop, gemeenschap en uiteindelijk de tragedie van een verloren generatie.