+49 151 42326385
dd

Anna Chlebowski - Een leven in de schaduw van de geschiedenis

Anna Chlebowski werd geboren op 8 december 1920 in Keulen, als de oudste dochter van Sara Durakovski en David Herman Chlebowski. Het gezin woonde in bescheiden omstandigheden, terwijl het antisemitisme in Duitsland steeds voelbaarder werd. Anna groeide op met haar jongere zus Ella, haar broer Samuel Leo en haar jongste zus Jetta, die in 1929 werd geboren. Hoewel het gezin probeerde een normaal leven te leiden, werden hun dagen steeds meer overschaduwd door economische onzekerheid en de groeiende haat tegen Joden. In 1935 verhuisde het gezin naar Essen, waarschijnlijk op zoek naar betere kansen - maar ook daar haalde de dreiging hen in.

Het leven van Anna veranderde voorgoed in november 1938, tijdens de nacht die de wereld zou kennen als Kristallnacht. Op 9 en 10 november werden door heel Duitsland Joodse winkels vernield, synagogen in brand gestoken en duizenden Joden gearresteerd. De chaos en het geweld van die nacht dwongen Anna's ouders tot een hartverscheurende beslissing: ze moesten hun oudste dochter laten gaan. Anna, toen pas 17 jaar oud, sloot zich aan bij een van de kindertransporten die naar Nederland gingen. Ze liet haar familie achter in Duitsland, met niets meer dan een koffer en een onbekende toekomst voor zich.

Een nieuw begin in Amsterdam

In Nederland vond Anna tijdelijk onderdak bij Simon en Rachel Bolle, een Joods echtpaar dat haar opnam. Simon, een diamantslijper, en Rachel, zijn vrouw, boden Anna een plek waar ze zich veilig kon voelen, althans voorlopig. Het dagelijks leven in Amsterdam gaf Anna de kans om zich opnieuw te oriënteren: ze schreef zich in aan de Van Detschool, een huishoudschool waar Joodse meisjes praktische vaardigheden leerden om een toekomst op te bouwen. De opleiding bood niet alleen onderwijs, maar ook een gevoel van normaliteit in een wereld die steeds grimmiger werd.

Het Werkdorp in de Wieringermeer

Op 14 februari 1940 verhuisde Anna naar het Werkdorp in de Wieringermeer, een plek waar jonge Joden werden opgeleid om een nieuw leven op te bouwen in Palestina of andere landen. Het Werkdorp gaf hoop in een tijd waarin die schaars was: hier leerde Anna praktische vaardigheden en ontmoette ze lotgenoten, waaronder Gerhard Sperber, de jonge man die later haar echtgenoot zou worden. Het Werkdorp was meer dan een opleidingscentrum; het was een toevluchtsoord waar jonge mensen zich staande hielden tegen een wereld die zich steeds verder tegen hen keerde.

Anna's moed en keuzes

Anna's persoonskaart uit de Joodsche Raad onthult een belangrijk detail over haar leven tijdens de bezetting: ze werkte voor de Joodse Raad en ontving daardoor een zogenaamde "Sperre", een tijdelijke vrijstelling van deportatie. In mei 1940 vielen de Duitsers Nederland binnen, en daarmee begon een donkere periode waarin de vrijheid van Joden steeds verder werd beperkt. Voor Anna en velen zoals zij was het een wankel bestaan, waarin de illusie van bescherming elk moment kon instorten.
Anna wist dat haar uitstel niet blijvend zou zijn, en samen met Gerhard besloot ze niet af te wachten, ze gingen in het verzet. In 1943 vluchtten ze naar Frankrijk, waar ze zich aansloten bij het verzet. Hun moedige keuze zou echter niet zonder gevolgen blijven: ze werden verraden, gearresteerd en uiteindelijk gedeporteerd.

Anna Chlebowski was geen beroemde heldin, maar haar leven weerspiegelt de strijd, hoop en keuzes van duizenden Joodse mensen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Haar verhaal begon met een foto die mij aankeek vanaf pagina 86 van 'De Jodenvervolging in Foto's 1940-1945', maar het groeide uit tot een diepgaand onderzoek naar wie zij was, waar ze vandaan kwam en hoe ze in de meest donkere tijden haar kracht vond.
Op deze website deel ik wat ik ontdekte over Anna's leven - en over de vele andere mensen zoals zij die een gezicht geven aan de geschiedenis. Haar verhaal staat centraal in mijn documentaire roman, 'Het licht in de donkerste nacht', een boek dat laat zien dat zelfs in de meest onmenselijke omstandigheden hoop en moed kunnen bestaan.

Klik op de afbeeldingen voor een vergroting.
Opname synagoge Essen 2024

Anna Chlebowski

De registratiekaart van Anna Chlebowski - Een leven op papier

Wat vertelt een enkele kaart over een mensenleven? In het geval van Anna Chlebowski is het antwoord: meer dan je zou denken - maar nooit genoeg. Haar registratiekaart, aangemaakt door de Joodsche Raad in Amsterdam, is een ontnuchterend document. Een kaart die ooit bedoeld was als administratief instrument in een dodelijke bureaucratie, biedt nu een inkijk in de vele verhuizingen, de noodgedwongen aanpassingen en de moeilijke keuzes van een jonge vrouw die probeerde te overleven.

Een naam die werd doorgestreept

Anna Chlebowski kaart Joodsche Raad Amsterdam De kaart begint met haar volledige naam: Anna Henny Sara Chlebowski. Maar het derde deel van die naam - Sara - is rood doorgestreept. Dit simpele gebaar, het doorstrepen van een naam, markeert een pijnlijk hoofdstuk in de geschiedenis. Sara was de naam die de nazi's verplicht toevoegden aan die van alle Joodse vrouwen, om hen als Joods te stigmatiseren en publiekelijk te onderscheiden van anderen. Het was een symbool van uitsluiting en vernedering. Na de oorlog werd deze opgelegde naam op kaarten en documenten vaak doorgestreept, alsof men daarmee probeerde iets van haar waardigheid terug te geven.

Maar voor Anna was dit alles geen theorie. Het was de realiteit waarin ze leefde.

Een leven vol verhuizingen

Anna's kaart vertelt ook het verhaal van constante beweging. In de jaren van bezetting en vervolging verhuisde ze keer op keer, telkens in een poging haar veiligheid te behouden. Een van de eerste adressen die we tegenkomen is de Deurloostraat 80, maar dat adres wordt doorgestreept. Op 1 december 1942 verhuisde ze naar de Tugelaweg 67, op de tweede verdieping. Tussen die adressen liggen andere plekken, elk met hun eigen betekenis.
Eén verhuizing springt in het bijzonder in het oog op de registratiekaart van het Amsterdams archief: Schermerhorn, 30 september 1941. Dit was vlak nadat het Werkdorp in de Wieringermeer door de Duitsers werd gesloten. Anna werd opgevangen door Nel en Wouter Leegwater, een gezin dat vermoedelijk betrokken was bij een illegaal netwerk dat Joden hielp onderduiken. Het is niet moeilijk om je voor te stellen hoe deze verhuizing voor Anna een lichtpuntje moet zijn geweest. Maar de veiligheid was nooit permanent.
De kaart laat ook zien dat Anna uiteindelijk terechtkwam op de Plantage Franschelaan in Amsterdam (nu Henri Polaklaan), in een woning die door de Joodsche Raad werd gehuurd. Zoals alle Joden uit Noord- en Zuid-Holland werd Anna naar Amsterdam gedwongen te evacueren. Haar kaart laat de impact zien van deze systematische verplaatsingen, die bedoeld waren om controle te behouden over de Joodse bevolking en hen makkelijker bereikbaar te maken voor deportatie. Het is een onverbiddelijk patroon van ontheemding, telkens op papier vastgelegd.

Haar werk en de Sperre

Een belangrijk detail op Anna's kaart is de aantekening: "Naaister en sociaal helpster Oost 16 juli 1942." Deze kleine notitie is een sleutel tot het begrijpen van Anna's leven tijdens de bezetting. Ze werkte voor de Joodsche Raad en hielp in de oostelijke wijken van Amsterdam. Dit werk gaf haar een tijdelijke vrijstelling van deportatie, een zogenaamde "Sperre", die ook op haar kaart vermeld staat: "Gesperrt wegens: functie."
De Sperre was een schijnzekerheid. Het betekende dat Anna in de ogen van de nazi's tijdelijk "nuttig" was, maar het was geen garantie voor veiligheid. Het leven van Joodse mensen met een Sperre hing aan een zijden draad. Elk moment konden de omstandigheden veranderen, en wat vandaag bescherming bood, kon morgen niets meer waard zijn.
De vrijstelling kon om verschillende redenen worden verleend, zoals onmisbaarheid in de oorlogsindustrie, werk bij de Joodsche Raad, of het bezit van een paspoort van een bevriende staat. Boven rechts op de kaart geeft uitsluitsel, 14/90028. Joden die voor de Joodsche Raad werkten hadden Sperre-nummers van 80.000 tot 100.000; dat waren 17.498 mensen (1).

De crèche en de Hollandsche Schouwburg

Een van de meest opmerkelijke details over Anna's werk is dat ze betrokken was bij de crèche aan de Plantage Middenlaan 31 (2), recht tegenover de beruchte Hollandsche Schouwburg. De crèche was een opvangplaats voor Joodse kinderen die wachtten op deportatie, maar het werd ook een plek van verzet. Onder leiding van Henriëtte Pimentel (3), Walter Süskind (4) en anderen werd er een geheime operatie opgezet om kinderen te laten ontsnappen (5). Anna speelde hierin een rol als verpleegster, een verantwoordelijkheid die zowel gevaarlijk als levensreddend was.
De kinderen die via de crèche werden gered, werden vaak ondergebracht bij onderduikadressen in de stad of op het platteland. Het is onmogelijk om precies te weten hoeveel levens Anna indirect of direct heeft gered, maar haar betrokkenheid bij deze activiteiten maakt haar tot een stille heldin in de geschiedenis van het verzet.

Anna's laatste spoor

Het laatste wat de kaart over Anna vermeldt, is haar adres aan de Tugelaweg 67. Hier woonde ze samen met Gerhard Sperber, tenminste op papier. Op 3 november 1944 wordt vastgesteld dat ze hier niet meer woont. De aantekening "VOW" - vertrokken onbekend waarheen - is zowel een administratieve opmerking als een symbolische reflectie van Anna's leven: voortdurend onderweg, zonder zekerheid over wat de toekomst zou brengen.

Het verhaal achter de cijfers

De registratiekaart van Anna Chlebowski is meer dan een document. Het is een pijnlijk symbool van een leven dat in stukken werd gehakt door oorlog, haat en vervolging.
Dit document - samen met vele andere - vormt de basis voor mijn boek, 'Het licht in de donkerste nacht', waarin ik Anna's verhaal vertel. Haar leven op papier was een puzzel die ik met zorg en respect heb geprobeerd samen te voegen, in de hoop dat haar stem nooit verloren zal gaan.

  • (1) Schutz, Raymond Vermoedelijk op transport, pagina 114
  • (2) Website Joods Monument Zaanstreek
  • (3) Henriëtte Pimentel
  • (4) Walter Süskind
  • (5) Joodse kinderen gered uit de crèche