+49 151 42326385

Parijs - Palestinapioniers en het Verzet

In het voorjaar van 1943 zochten steeds meer Palestinapioniers een veilig heenkomen in Frankrijk, waar ze voornamelijk in het noorden werk vonden. Toen Willy Hirsch ontdekte dat de Organisation Todt werk bood, verhuisde een groot aantal pioniers naar het zuiden, vooral rond Bordeaux en Toulouse. Sommigen kwamen via Parijs, waaronder ontsnapten uit Westerbork.

Overleven en Werken in Frankrijk
De pioniers leerden snel hun weg in Frankrijk dankzij hun werk en contacten. Ze werkten aan infrastructuurprojecten, zoals wegenaanleg en munitiedepots. De vrouwelijke pioniers vonden soms kantoorbanen, geholpen door hun taalvaardigheid. Pioniers die niet voor de Organisation Todt wilden werken, slaagden er soms in om werk op boerderijen te vinden.
Met officiële passen uitgegeven door de Vichy-regering konden pioniers relatief vrij reizen en voedselbonnen verkrijgen. Dit gaf hen een gevoel van veiligheid, ondanks de risico's van hun werk in een vijandige omgeving. Toch waren er ook momenten van zorgeloosheid, zoals wanneer sommigen verlof namen naar Nederland, ondanks de gevaren.

Het Netwerk van de Westerweelgroep
Het jaar 1943 kende tegenslagen, zoals arrestaties en mislukte onderduikpogingen, maar ook vooruitgang. Dankzij een netwerk van de Westerweelgroep werden ontsnappingsroutes naar Frankrijk opgezet en nieuwe helpers aangetrokken. In Frankrijk bood de grootschalige bouw van de Atlantikwall een dekmantel voor civiel werk, met later ook mogelijkheden voor sabotage.

Lore Sieskind en de Vlucht naar Frankrijk
Lore Sieskind, met de schuilnaam "Teuntje," werd in 1920 geboren in Berlijn. Net als veel andere Joodse vluchtelingen kwam zij in 1938 naar Nederland, op de vlucht voor het nazi-regime. Lore maakte deel uit van de linkervleugel van de pioniersbeweging. Zij arriveerde op 9 juni 1939 in het Werkdorp in de Wieringermeer, waar ze Gerhard Sperber leerde kennen.
Lore speelde een actieve rol in het Nederlandse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Toen de situatie in Nederland verslechterde en de vervolgingen toenamen, moest zij, net als veel anderen, in de herfst van 1943 naar Frankrijk vluchten. 	Lore Sieskind met Heinz Moser (?), ca. 1945.

Auffay en de Gevaren van Onderduik
Lore kwam in Auffay terecht, een dorp in Noord-Frankrijk, waar een Belgische firma, De Moll, werkgelegenheid bood zonder te weten dat het Joodse vluchtelingen waren. Voor haar en anderen werden enkele kamers gehuurd. Maar de situatie daar werd al snel te gevaarlijk. Lore en anderen besloten daarom verder naar het zuiden te trekken, naar Cazères, een klein stadje in Zuid-Frankrijk.

Cazères en de Veilige Haven van het Verzet
Cazères, gelegen aan de rivier de Garonne, bood onderdak aan vluchtelingen. Lore Sieskind vermeldt in haar verslag dat er in Cazères andere arbeidsmogelijkheden voor de pioniers werden gevonden, bijvoorbeeld op boerderijen. Veel Joodse vluchtelingen die niet voor de Organisation Todt wilden werken - de door nazi-Duitsland geleide arbeidsorganisatie - zochten hier werk in de landbouw. Voor velen was dit een manier om te overleven en te ontsnappen aan deportatie.

De Résistance en de Strijd voor Vrijheid
De regio rondom Cazères stond bekend als een bolwerk van het Franse verzet, de Résistance. In de bergachtige gebieden van de Pyreneeën waren verzetsgroepen actief die niet alleen sabotageacties uitvoerden, maar ook Joodse vluchtelingen en andere vervolgden hielpen ontsnappen naar Spanje via geheime routes. Geallieerde piloten die waren neergestort, vonden hier vaak bescherming en hulp. Hoewel Cazères een relatief kleine plaats was, speelde het een belangrijke rol in deze verzetsactiviteiten.
De verhalen van deze pioniers en hun helpers tonen de veerkracht en moed van mensen die zich bleven verzetten tegen de onderdrukking. Net als in Nederland waren er in Frankrijk netwerken van solidariteit en verzet die het leven van velen redden en de hoop levend hielden in een tijd van groot gevaar.

Lore Sieskind schrijft in haar vragenlijst dat ze in Casères was.


(1) Ernst ‘Willy’ Hirsch werd in 1916 geboren in Aken. Hij stond bekend om zijn uitstekende organisatietalent en zijn koelbloedigheid. In 1939 arriveerde hij in het Werkdorp.

Klik op de afbeeldingen voor een vergroting.

Arrestatie

Kurt Reilinger en het Joodse verzet in Frankrijk
In augustus 1943 kreeg Kurt Reilinger, opvolger van Schuschu Simon, de opdracht om contact te zoeken met Nederlandse pioniers en vroegere relaties van Simon in Frankrijk. Hij vestigde in Parijs op wisselende adressen een mobiel 'hoofdkwartier' om nieuwkomers op te vangen, met steun van onder andere Willy Hirsch, Alfred 'Zippi' Fränkel en Max Windmüller. Het hoofdkwartier, later versterkt met vrouwelijke pioniers zoals Lolly Eckhardt en Metta Lande, fungeerde vanuit een kamer in Hotel Versigny aan de Rue Letort.

Samenwerking met het Verzet in Frankrijk
In oktober 1943 legde Reilinger contact met het Joodse verzet via Adina Simon, weduwe van Schuschu, en Marc Jarblum, een zionistische leider. Hij werkte samen met Avraham Polonski van de Armée Juive (AJ), die Joodse vluchtelingen hielp, informatie verzamelde over verraders en ontsnappingsroutes naar Spanje organiseerde. Deze ontsnappingen verliepen ondanks verschillende moeilijkheden succesvol, totdat arrestaties in april 1944 het netwerk ontwrichtten. De Duitsers ontdekten via de aanhouding van Joop Andriesse aan de Zwitserse grens het Parijse hoofdkwartier. Bij een inval werden Reilinger, Eckhardt en anderen gearresteerd en overgebracht naar Fresnes, waar ze zwaar werden ondervraagd. Daar troffen de Duitsers een kwitantie aan voor een koffer met aanvullende documenten, die was afgegeven op het station van Toulouse. Na Reilingers arrestatie nam Max Windmüller zijn rol over, terwijl medewerkers zoals Metta Lande en Hans Ehrlich pioniers waarschuwden en nieuwe schuilplaatsen regelden.

Verzet en Arrestaties
In 1944 groeide de rol van pioniers in het Franse verzet. Sommigen, zoals Paula Kaufmann en Fritzi Okladek, werkten bij Duitse organisaties om informatie en documenten te verkrijgen. Anderen, waaronder Linnewiel en Ernst Appenzeller, sloten zich aan bij sabotage- en transportacties van de Forces Françaises de l'Intérieur (FFI). Ook Anna en Gerhard sluiten zich later bij deze groep aan. Een bijeenkomst in de Rue Erlanger werd echter verraden door een infiltrant, die zich Charles Porel noemde maar in werkelijkheid de Duitse Abwehragent Karl Rehbein (1) was. Dit leidde tot de arrestatie van leiders zoals Appenzeller, Pohorylès en Windmüller. Nog meer verzetsleden, waaronder Paula Kaufmann, Paul Wolff, Ernst Asscher en de Sperbers, werden op 18 juli 1944 gearresteerd en voor verhoor naar de Rue de la Pompe gebracht. De Duitsers kregen hierdoor meer inzicht in het netwerk en hun activiteiten.
Het gebouw aan de Rue de la Pompe functioneerde als zowel hoofdkwartier als martelcentrum van de Gestapo. Hier werden gevangenen op brute wijze onderworpen aan intensieve ondervragingen, waaronder de beruchte "badkuipmethode". Bij deze wrede techniek werden slachtoffers naakt ondergedompeld in ijskoud water en vervolgens geslagen met rubberen slangen om hen tot bekentenissen te dwingen. Na deze martelingen werden veel gevangenen overgebracht naar de gevangenis van Fresnes.
Vanuit Fresnes werden de vrouwen doorgestuurd naar Fort de Romainville. Vanaf februari 1944 diende dit fort als verzamelpunt voor vrouwelijke gevangenen, vanwaar zij uiteindelijk werden gedeporteerd naar het concentratiekamp Ravensbrück.

Gerhard werd met de anderen naar Drancy, het doorgangskamp ongeveer 15 km noordoostelijk van Parijs gebracht. Het concentratiekamp Drancy, gelegen in de buitenwijken van Parijs, werd op 17 augustus 1944 door de beruchte SS-officier Alois Brunner verlaten. Brunner, een naaste medewerker van Adolf Eichmann en verantwoordelijk voor de deportatie van tienduizenden Joden naar vernietigingskampen, verliet het kamp in de nasleep van de oprukkende geallieerde troepen. Voor zijn vertrek gaf Brunner opdracht tot de deportatie van een laatste groep gevangenen met onder andere Gerhard Sperber. Het kamp, dat sinds 1941 als doorgangskamp werd gebruikt, werd de volgende dag bevrijd door Franse en geallieerde troepen. Bij zijn vertrek liet Brunner een spoor van chaos en leed achter.



(1) Karl Rehbein, een agent van de Abwehr (de inlichtingendienst van de Wehrmacht), diende tijdens de Spaanse Burgeroorlog bij de troepen van Franco. Na deze periode vervolgde hij zijn carrière als politieman in de interneringskampen van Zuid-Frankrijk en later bij de Duitse politiediensten in Perpignan. Tussen mei en juli 1944 speelde hij een cruciale rol bij de arrestatie van talrijke leiders van het Joodse Leger in steden als Marseille, Toulouse en Parijs.

Verdere informatie


(1)Vertaling van de verklaring nummer.

Paula Kaufmann bracht mij in Parijs in contact met de illegale Joodse organisatie, F.P.I. (Forces Françaises de l'Intérieur. Leider van de groep: Ernst Appenzeller, nu binnenhuisarchitect in Tel Aviv). Vanuit onze Chawerim werkten de volgende mensen in deze groep: Ludwig Jakobs, Gert Sperber, Paul Wolff, Weil. Deze groep verrichtte voornamelijk actieve verzetsactiviteiten en werkte slechts af en toe samen met de Chaluzische groep. Zoals: wapentransport, overvallen op gebieden bezet door Duitsers. Ook werden mensen achtervolgd die Joden verraden hadden en informatie doorgaven. Bij deze acties werkte ik actief mee.
Opmerking: daaronder schrijft hij: september 1944. Dat moet augustus 1944 zijn.


(2) Vrije vertaling uit het Frans van een getuigenverklaring die ik in het Arolsen archief gevonden heb.
Getuigenis van Dr. A. Drucker, Assistent-Arts in het Sanatorium van St.-Sever (Calvados) (Verzonden op 15 februari 1946)

Vanaf december 1943, bij mijn terugkeer naar het Drahby-kamp, zag ik een golf van arrestaties plaatsvinden in Zuid-Frankrijk. De meeste Joden die in het Drancy-kamp aankwamen, kwamen uit steden zoals Lyon, Bordeaux en Toulouse. Deze arrestaties gingen gepaard met deportaties, die telkens volgens dezelfde methoden werden uitgevoerd. Begin 1944 arriveerden in Drancy veel Joodse verzetsstrijders, vaak al zwaar gemarteld in gevangenissen zoals Montluc of andere detentiecentra. De namen van deze verzetsmensen leken specifiek te zijn doorgegeven aan de kampautoriteiten, want bij aankomst werden ze wreed geslagen door de beulen onder leiding van Brückler. Daarna werden ze opgesloten in de kampgevangenis. In de zomer van 1944 werd duidelijk dat de Duitse bezetters wanhopig probeerden het tempo van de Jodendeportaties op te voeren. Ze stonden onder grote druk. Het verzet was overal actief en zorgde voor storingen en geallieerde bombardementen beschadigden de spoorwegen ernstig ,wat transportproblemen veroorzaakte. Ondanks deze obstakels slaagden de Duitsers er in juli 1944 toch in om nog een konvooi naar het oosten te sturen. Na dit transport bleven er ongeveer 1600 gevangenen in Drancy achter. Dit omvatte gevangenen die waren toegewezen aan commando's bij de stations Austerlitz en Levitan, evenals 100 mensen die werden vastgehouden in het Rothschild-ziekenhuis.
Op 17 augustus 1944, met de geallieerden voor Parijs, moesten de Duitse beulen het kamp verlaten. Alois Brunner en zijn mannen gingen er haastig vandoor, maar niet zonder eerst nog een laatste daad van wreedheid te doen. Ze namen 50 gijzelaars mee, waaronder de heer Kohn, de beheerder van het Rothschild-ziekenhuis, en zijn gezin. Deze gijzelaars werden gebruikt als menselijk schild om Duitse troepen veilig door de wegversperringen van het verzet te loodsen. Drancy, dat jarenlang een doorgangskamp voor duizenden Joden was geweest, werd de volgende dag bevrijd door Franse en geallieerde troepen. De sporen van wreedheid en wanhoop die de nazi's achterlieten, zijn nooit vergeten.


Links naar verschillende archieven / websites

  • Metta Lande / wikipedia
  • Metta Lande Collectie [archief] in de archieven van het Fighters' House Ghetto Museum (NL/D)
  • YouTube: Le camp du Fort de Romainville - Les Lilas (F) (1)
  • Foto´s van het fort
  • YouTube: Drancy and the Cité de La Muette (F)
  • YouTube: Film over Max Windmüller met o.a. een interview met Metta Lande (D)

  • (1) Opmerking van de spreker: De meeste vrouwen uit Frankrijk werden vanuit dit fort gedeporteerd naar het kamp van Ravensbrück.

    Literatuur

  • Schippers, H. De Westerweelgroep en de Palestinapioniers 2015 Hilversum ISBN 978-90-8704-497-8
  • Fransecky von, T. Flucht von Juden aus Deportationszügen in Frankreich, Belgien und den Niederlanden Berlin ISBN 978-3-86331-168-1